Bir elin nesi var, iki elin sesi var.
1 hand heeft niets, 2 handen hebben geluid.

Ökuz altinda buzagi aranmaz.
Een kalf zoek je niet onder een os.

Yenilen pehlivan gürese doymaz.
Een verliezende worstelaar, krijgt niet genoeg van het worstelen .

Esek hosaftan ne anlar?
Een ezel beprijpt niets van een fruit dessert.

Bekarlik sultanliktir.
Als vrijgezel, ben je als een sultan.

Öfke ile kalkan zararla oturur.
Iemand die met woede opstaat, zal met schade gaan zitten.

Havlayan köpek isirmaz.
Blaffende honden, bijten niet .

Sürüden ayrilan koyunu kurt kapar.
Het schaap dat van de kudde verwijdert, zal de wolf grijpen.

Sinek küçüktür, ama mide bulandirir.
Een vlieg is klein, maar kan je misselijk maken.

Kuzguna yavrusu sahin görünür.
Een kraai ziet zijn jong als een valk.

Ates düstügü yeri yakar.
Een vallende vonk zal de plaats waar hij neervalt verbranden.

Bir tasla iki kus vurmak.
Met 1 steen 2 vogels raken.

Ne ekersen, o'nu biçersin.
Wat je zaait, zul je oogsten.

Çabuk parlayan çabuk söner.
Iemand die zich gauw opwindt, zal ook gauw bedaren.

Sakinilan göze çöp batar.
Een zich beschermend oog, zal door een takje gestoken worden.

Vakitsiz öten horozun basini keserler.
Een haan die op ongepaste tijden kraait, onthoofd men.

Bilmemek ayip degil, sormamak ayip.
Het is geen schande om het niet te weten, het is een schande om niet te vragen.

Agaç yas iken egilir.
Een boom is te buigen als hij nog groen is.

Kizini dövmeyen, dizini döver.
Iemand die zijn dochter niet slaat, slaat zijn knie.

Ignegi kendine batir çuvaldizi bas kasina.
Steek de speld in jezelf voordat je een grote naald in iemand anders steekt.

Terzi kendi sökügünü dikemezmis. Frincinin çocugu ac dolasirmis.
Een kleermaker kan zijn eigen gaten niet naaien.Een bakkerskind is hongerig .

Insan yedisinde ne ise yetmisinde de odur.
Wat een mens op zijn 7ste is, is hij ook op zijn 70ste .