Lidwoorden:
Het Turks heeft geen bepaalde lidwoorden (de, het):
kitap het boek
Het Turks heeft wel een onbepaald lidwoord:
bir =een
bir kitap =een boek

Het geslacht:
Als je in het Turks duidelijk wilt maken dat een zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk is,
voeg je een zelfstandig naamwoord toe aan het woord:
kadın, bayan= vrouw
erkek =man
oğlan =jongen
kız =meisje
disi wijfje, voor dieren

Bijvoorbeeld:
erkek kardes = broer
kız kardes = zus
Persoonlijke voornaamwoorden van het Turks
ben = ik
sen = je/jij
siz = u
o = hij/zij/het
biz = we/wij
siz = jullie
onlar =ze

Aanwijzende voornaamwoorden

Er zijn drie aanwijzende voornaamwoorden in het Turks:
bu = dit, deze (vlakbij)
su = dat, die (iets verder)
o = die, dat (ver weg)
Bu anahtar benim. = Deze sleutel is van mij.
Su otelde kalıyoruz. = Wij verblijven in dat hotel.
O filmi gördüm. = Ik heb die film gezien.

Bijvoeglijke naamwoorden
Net zoals in het Nederlands staat het bijvoeglijke naamwoord vóór het zelfstandige naamwoord.
Het onbepaalde lidwoord ‘bir’ komt tussen het bijvoeglijk naamwoord en het zelfstandige naamwoord.
pahallı = duur
pantolon = broek
pahallı bir pantolon = een dure broek
otel = hotel
büyük = groot
büyük bir otel = een groot hotel

Turks is een geplakte taal
Nederlands maakt gebruikt van voorzetsels. Turks gebruikt achtervoegsels die aan woorden
vastgeplakt worden.
Daarom wordt Turks een geplakte taal genoemd. Omdat Turks een geplakte taal
is, is een woordenboek gebruiken niet zo gemakkelijk. Bijvoorbeeld als u ‘adım’ zegt, kan dit woord
‘mijn naam’ of ‘voetstap’ betekenen. Maak gebruik van de context om de betekenis te begrijpen!

Bezittelijke achtervoegsels
In het Nederlands gebruiken we een bezittelijk voornaamwoord voor het zelfstandige naamwoord.
Het Turks gebruikt bezittelijke achtervoegsels die je aan het zelfstandige naamwoord vastplakt.
Soms wil de spreker extra nadruk leggen.
Dan staan deze woorden voor het zelfstandige naamwoord:
mijn = benim
jouw/uw = senin/sizin
haar/zijn = onun
ons/onze = bizim
jullie = sizin
hun = onların

Voorbeeld met een zelfstandig naamwoord dat op een klinker eindigt; araba, auto
mijn auto = (benim) arabam
jouw auto = (senin) araban
haar/zijn auto = (onun) arabası
uw auto = (sizin) arabanız
onze auto = (bizim) arabamız
jullie auto = (sizin) arabanız
hun auto = (onların) arabaları

Voorbeeld met een zelfstandig naamwoord dat op een medeklinker eindigt: ev, huis
mijn huis = (benim) evim
jouw huis = (senin) evin
haar/zijn huis = (onun) evi
uw huis = (sizin) eviniz
onze huis = (bizim) evimiz
jullie huis = (sizin) eviniz
hun huis = (onların) evleri

Volgorde van achtervoegsels bij zelfstandige naamwoorden
De achtervoegsels van het Turks plakt u in een vaste volgorde vast aan het zelfstandige naamwoord:
zelfstandig naamwoord + meervoud achtervoegsel + bezittelijk achtervoegsel + naamval

Een voorbeeld:
oda = de kamer
klima = de airco
odalarımızın klimaları = de airco’s van onze kamers
oda + lar (meervoudsachtervoegsel) + ımız (onze) + ın (2e naamval)
klima + lar (meervoudsachtervoegsel)+ ı (4e naamval)

Bijwoorden:
Bijwoorden maken duidelijk hoe bepaalde handelingen plaatsvinden: op welke wijze, op welk tijdstip
en waar.
yine, gine, tekrar = opnieuw, weer
herhalde = waarschijnlijk
elbette, tabii = natuurlijk
belki = misschien
üstelik, ayrıca = bovendien
en azından, hiç değilse = tenminste
gerçekten = waar, in feite, werkelijk
zaten = trouwens
hatta, bile = zelfs
demin = zojuist
dün = gisteren
daha = nog
sonra = later
simdi = nu
henüz = nog niet
sabahları = ‘s morgens
aksamları = ‘s avonds
gündüz = overdag
geceleri = ‘s nachts
yarın = morgen
içeri = binnen
dısarı = buiten
yukarı =boven
asağı =beneden

Werkwoorden:

Het werkwoord ‘hebben’
Het Turks kent het werkwoord ‘hebben’ niet. Bezitsrelaties worden duidelijk gemaakt met behulp van
‘var’ en ‘yok’ (ontkennend).
‘var’ betekent = bestaand, aanwezig
‘yok’ betekent = niet bestaand, afwezig

Aan het zelfstandige naamwoord plakt u eerst het bezittelijke achtervoegsel. Daarna komt ‘var’ of
yok’.
Bijvoorbeeld:
Param var = Ik heb geld.
Param yok =Ik heb geen geld.
Het werkwoord ‘kunnen’
Het Turks heeft geen apart werkwoord voor ‘kunnen’.
Daarvoor maakt men gebruikt van achtervoegsel – (y)ebilmek, dat achter de werkwoordstam geplakt
worden. De eerste klinker van -(y)ebilmek krijgt te maken met de regels van tweevoudige
klinkerharmonie (zie Klinkerharmonie).
De letter (y) is een voegletter. U gebruikt de voegletter als de stam op een klinker eindigt.
ödemek = betalen
ödeyebilmek = kunnen betalen
konusmak = spreken, praten
konusabilmek = kunnen spreken, kunnen praten

Het werkwoord ‘moeten’
Het werkwoord ‘moeten’ maakt u door ‘-meli’ vast te plakken aan de stam van een ander werkwoord.
‘drinken’ is içmek, de stam is içiçiyorsun
jij drinkt
içmelisin = jij moet drinken

’kijken’ is bakmak, de stam is bakbakıyorsun
jij kijkt
bakmalısın = jij moet kijken
Het hele rijtje:
(ik) bakmalıyım
(je/jij) bakmalısın
(hij/zij) bakmalı
(wij) bakmalıyız
(jullie) bakmalısınız
(ze) bakmalılar


De regel van klinkerharmonie is hier van toepassing.
Het werkwoord ‘zijn’
Het Turks heeft geen apart werkwoord voor ‘zijn’. Voor de persoonsvormen van ‘zijn’ plakt u
achtervoegsels aan een naamwoord.
(Ben) Hollandalıyım = Ik ben Nederlander.
(Sen) Hollandalısın = Je bent Nederlander.
(Siz) Hollandalısınız = U bent Nederlander.
(O) Hollandalı = Hij/zij is Nederlander.
(Biz) Hollandalıyız = Wij zijn Nederlanders.
(Sizler) Hollandalısınız = Jullie zijn Nederlanders.
(Onlar) Hollandalılar = Zij zijn Nederlanders.

Tussen haakjes staan de persoonlijke voornaamwoorden. U mag ze gebruiken, het hoeft niet. Als u ze
gebruikt klinkt het nadrukkelijker.
Dit zijn de achtervoegsels:
(ik) -(y)Im
jij -sIn
u -sInIz
hij/zij -
wij -(y)Iz
jullie -sInIz
zij -lEr
Daar waar een hoofdletter staat, moet u denken aan klinkerharmonie.
Ontkennende vorm van ‘zijn’
‘Zijn’ maakt u ontkennend met het woord ‘değil’. De achtervoegsels plakt u achter ‘değil’.
Hollandalıyım = Ik ben Nederlander.
Hollandalı değilim = Ik ben geen Nederlander.

Tegenwoordige tijd, vervoegde werkwoorden
sormak (vragen)
(ik) soruyorum
(je) soruyorsun
(hij/zij) soruyor
(wij) soruyoruz
(jullie) soruyorsunuz
(zij) soruyorlar

gülmek (lachen)
(ik) gülüyorum
(je) gülüyorsun
(je) gülüyorsun
(hij/zij) gülüyor
(wij) gülüyoruz
(jullie) gülüyorsunuz
(zij) gülüyorlar

bulmak (vinden)
(ik) buluyorum
(je) buluyorsun
(hij/zij) buluyor
(wij) buluyoruz
(jullie) buluyorsunuz
(zij) buluyorlar

tutmak = (vasthouden)
(ik) tutuyorum
(je) tutuyorsun
(hij/zij) tutuyor
(wij) tutuyoruz
(jullie) tutuyorsunuz
(zij) tutuyorlar

yürümek (lopen)
(ik) yürüyorum
(je) yürüyorsun
(hij/zij) yürüyor
(wij) yürüyoruz
(jullie) yürüyorsunuz
(zij) yürüyorlar


Tegenwoordige tijd:
Achter de stam van het werkwoord komt het achtervoegsel –(i)yor.
Bij de ‘i’ van dit achtervoegsel hebt u te maken viervoudige klinkerharmonie. Als de laatste letter van
een werkwoordsstam op een klinker eindigt, valt de – (i) weg. ‘yor’ verandert niet.
bilmek = weten
biliyorum = ik weet
biliyorsun = jij weet
biliyor = hij/zij weet
biliyoruz = wij weten
biliyorsunuz = jullie weten
biliyorlar = zij weten

yapmak = doen
yapıyorum = ik doe
yapıyorsun = jij doet
yapıyorsun = hij/zij/het doet
yapıyoruz = wij doen
yapıyorsunuz = jullie doen
yapıyorlar = ze doen

Let op:
Als de stam van het werkwoord op ‘a’ of ‘e’ eindigt veranderen deze klinkers in gesloten klinker
volgens de klinkerharmonie.

söylemek = zeggen
söylüyorum = ik zeg
anlamak = begrijpen
anlıyorum = ik begrijp
demek = zeggen
diyorum = ik zeg

Soms verandert de ‘t’ uit de stam van een werkwoord in een ‘d’:
gitmek = gaan
gidiyorum = ik ga

tatmak = proeven
tadıyorum = ik proef
etmek = doen
ediyorum ik doe

Ontkennende zinnen:
U gebruikt –mE meteen na de stam van het werkwoord om de zin ontkennend te maken.

Een heel werkwoord:
bakmak = kijken
bakmamak = niet kijken
içmek = drinken
içmemek = niet drinken

Een vervoegd werkwoord:
bakıyorum = ik kijk
bakmıyorum = ik kijk niet
içiyorum = ik drink
içmiyorum = ik drink niet

Klinkerharmonie:
Turks heeft een belangrijke eigenschap die klinkerharmonie genoemd wordt. Klinkers moeten met
elkaar in harmonie zijn. Sommige klinkers komen niet voor in combinatie met andere klinkers. Dit
hangt samen met de wijze van articulatie. Omdat Turks een geplakte taal is moeten de klinkers van
het achtervoegsel de regels van klinkerharmonie gehoorzamen. Afhankelijk van het soort
achtervoegsel (meervoud bijvoorbeeld, of een naamval) passen we tweevoudige of viervoudige
klinkerharmonie toe. Daardoor lijkt Turks moeilijk, maar als u eenmaal de regel onder de knie heeft
wordt het vanzelfsprekender.
Buitenlandse woorden gehoorzamen klinkerharmonie meestal niet. Maar als ze een achtervoegsel
krijgen moeten ze wél de regels gehoorzamen. Dan kijkt u naar de laatste klinker om te bepalen welk
achtervoegsel u moet gebruiken.

Er zijn twee soorten klinkerharmonie.
Tweevoudige klinkerharmonie:
Wat is de laatste klinker van de stam van het woord?
bij a, ı, o, u wordt de klinker van het achtervoegsel a
ağaç = boom
ağaçlar = bomen
bij e, i, ö, ü wordt de klinker van het achtervoegsel e
ev = huis
evler = huizen

Viervoudige klinkerharmonie:
Wat is de laatste klinker van de stam van het woord?
bij a, ı wordt de klinker van het achtervoegsel ı
araba = auto
arabanın = van de auto

Meervoud:
Hoe maakt u meervoud van zelfstandige naamwoorden of bijvoeglijke naamwoorden?
Er zijn twee achtervoegsels om een meervoudsvorm te maken (zie ook tweevoudige
klinkerharmonie):
· Is de laatste klinker van een naamwoord a, ı, o, of u ?
Gebruik dan het meervoudachtervoegsel -lar
· Is de laatste klinker van een naamwoord e, i, ö, of ü?
Gebruik dan het meervoudachtervoegsel -ler.

Bijvoorbeeld:
uçak = vliegtuig
uçaklar = vliegtuigen
tren = trein
trenler = treinen
Naamvallen:
Het Turks heeft zes naamvallen. Het zelfstandige naamwoord krijgt voor iedere naamval een ander
achtervoegsel.
Staat er een hoofdletter in het achtervoegsel? Dan gelden de regels voor klinkerharmonie (zie
Klinkerharmonie).
1e naamval: onderwerp
geen achtervoegsel
Ali Türktür. Ali is een Turk.
Karin Hollandalıdır. Karin is een Nederlander.

2e naamval: bezittelijk
achtervoegsel: -(n)In
(n) is een voegletter die we gebruiken als het zelfstandig naamwoord eindigt op een klinker.
evin kapısı de deur van het huis
Hollanda’nın baskenti de hoofdstad van Nederland

3e naamval: geeft richting aan
achtervoegsel: -(y)E
(y) is een voegletter die we gebruiken als het zelfstandig naamwoord eindigt op een klinker.
Türkiye’ye gidiyorum = Ik ga naar Turkije.
Otele gidiyorum = Ik ga naar het hotel.

Onbepaalde voornaamwoorden:
baskası = een ander
bazıları, bazısı, kimisi, kimileri = sommigen
biri = iemand
birçoğu = de meesten
birkaçı, birtakım = een aantal
hepsi = allemaal
herkes, = her biri iedereen
kimse = iemand/niemand (* afhankelijk van de context)
Vergrotende en overtreffende trap
U maakt de vergrotende trap met het woord ‘daha’ (nog, meer) en de overtreffende trap met het
woord ‘en’ (meest).
ucuz = goedkoop
daha ucuz = goedkoper
en ucuz = goedkoopst
büyük = groot
daha büyük = groter
en büyük = grootst

Vraag woorden:
hangi, hangisi = welke
kaç, ne kadar = hoeveel
kim = wie
nasıl = hoe
ne = wat
neden, ne için, niçin, niye =waarom
nere, nerede = waar
nereden = waar vandaan
nereye = waarheen
ne zaman = wanneer

Vraagzinnen:
In een vraagzin zonder vraagwoord gebruikt u ‘mI’.
‘mI’ staat (meestal) achteraan in de zin.
De regels voor klinkerharmonie gelden voor de ‘I’ (zie Klinkerharmonie).

Otobüs geliyor mu? Komt de BUS wel?
In een zin met een combinatie van het werkwoord ‘zijn’ en een persoonlijk voornaamwoordachtervoegsel
staat ‘mI’ vóór het achtervoegsel:

Hastasın =Jij bent ziek.
Hasta mısın? = Ben jij ziek?
Hoeveelheden:
Noem eerst het telwoord en daarna het product.
Gebruik geen meervoudsvorm voor het product, dat is fout en klinkt vreemd in het Turks.
In het Turks zeg je dus bijvoorbeeld letterlijk: twee auto (en niet: twee auto’s).
bir araba = een auto
iki araba = twee auto’s
bir kilo çilek = een kilo aardbeien
iki kilo çilek = twee kilo aardbeien
bir sise su = een fles water
iki sise su= twee flessen water
bir litre süt = een liter melk
iki litre süt = twee liter melk
Rangtelwoorden:
birinci 1e
ikinci 2e
üçüncü 3e
Uitroepen:
Met het woord ‘ne’ maakt u uitroepzinnetjes.
güzel = mooi
Ne güzel! = Wat mooi!
pahalı = duur
Ne pahalı! = Wat duur!
sıcak = heet
Ne sıcak! = Wat heet!
soğuk = koud
Ne soğuk! Wat koud!

De maanden van het jaar:
ocak = januari
subat = februari
mart = maart
nisan = april
mayıs = mei
haziran = juni
temmuz = juli
ağustos = augustus
eylül = september
ekim = oktober
kasım = november
aralık = december

De dagen van de week:
pazartesi = maandag
salı = dinsdag
çarsamba = woensdag
persembe = donderdag
cuma = vrijdag
cumartesi = zaterdag
pazar = zondag

Klokkijken:
Saat kaç? = Hoe laat is het?
Saat kaçta? = Om hoe laat?
Saat kaçta bulusalım? = Om hoe laat komen wij bij elkaar?
Saat onda = Om tien uur.
Saat neredeyse altı buçuk = Het is bijna half zeven.
Saat neredeyse üç = Het is bijna drie uur.
Het halve uur: noem eerst het hele uur, voeg dan ‘buçuk’ (half) toe:
Saat iki buçuk = Het is half drie.
(‘iki’ betekent ‘twee’)
Saat üç buçuk. Het is half vier.
(‘üç’ betekent ‘drie’)
Een uitzondering:
Saat yarım = Het is half een.
Saat bire üç var = Het is drie voor een.
Saat ikiye bes var = Het is vijf voor twee.
Saat üçe on var = Het is tien voor drie.
Saat dörde oniki var = Het is twaalf voor vier.
Saat bese çeyrek var = Het is kwart voor vijf.
Saat altıya bes var = Het is vijf voor zes.
Saat yediye on var = Het is tien voor zeven.
Saat sekize dokuz var = Het is negen voor acht.
Saat dokuza çeyrek var = Het is kwart voor negen.
Saat ona on var = Het is tien voor tien.
Saat onbire bes var = Het is vijf voor elf.
Saat onikiye yedi var = Het is zeven voor twaalf.
Saat biri üç geçiyor = Het is drie over een.
Saat ikiyi bes geçiyor = Het is vijf over twee.
Saat üçü on geçiyor = Het is tien over drie.
Saat dördü oniki geçiyor = Het is twaalf over vier.
Saat besi çeyrek geçiyor. = Het is kwart over vijf.
Saat altıyı bes geçiyor = Het is vijf over zes.
Saat yediyi on geçiyor = Het is tien over zeven.
Saat sekizi dokuz geçiyor = Het is negen over acht.
Saat dokuzu çeyrek geçiyor = Het is kwart over negen.
Saat onu on geçiyor = Het is tien over tien.
Saat onbiri bes geçiyor = Het is vijf over elf.
Saat onikiyi yedi geçiyor = Het is zeven over twaalf.
Wilt u een formule?
vóór het hele uur:
Saat + het hele uur-(y)E + aantal minuten + var
Saat bire on var = Het is tien voor één.
óver het hele uur:
Saat + het hele uur-(y)i + aantal minuten + geçiyor
Saat yediyi sekiz geçiyor. Het is acht over zeven.