Dil Bilgisi - Gramatica
ŞİMDİ Kİ ZAMAN (Onvoltooidtegenwoordigetijd)
GELECEK ZAMAN (toekomendetijd)
DİLİ GEÇMİŞ ZAMAN (Verledentijd)
GENİŞ ZAMAN (bredetijd)
MİŞLİ GEÇMİŞ ZAMAN (Verleden tijd van waarschijnlijk)
 
İŞARET ZAMİRLERİ (Aanwijzend voornaamwoorden)
MÜLKİYET ZAMİRLERİ (Bezittelijk voornaamwoorden)
 
İSMİN HALLERİ (Naamvallen)
OLMAK FİİLİ (Werkwoord zijn)
EMİR KİPİ (Gebiedendewijs)
TEKiL VE ÇOĞULLAR (enkel en meervouden)
KISA CÜMLELER (Korte zinnen)